November 1972 wordt er een oproep gepubliceerd in het Amsterdams Weekblad ondertekent door H. de Jong uit Ruigoord om de met sloop bedreigde leeggekomen woningen in het dorpje Ruigoord te kraken en daarmee het dorp - al was het dan tijdelijk - nieuw leven in te blazen. De oproep heeft succes. Nu, iets meer dan 38 jaar later bestaat Ruigoord nog steeds omringd door een dijk die het afschermt van wat ooit een gebied met weilanden en sloten was en nu onder een dikke laag zand is verdwenen en deels tot industrie-terrein is omgevormd.
Het Amsterdams Weekblad was een collectief door vrijwilligers uitgegeven weekkrant, begin 1972 opgericht door een groep jonge mensen sinds meerdere jaren betrokken bij sociale acties in Amsterdam: Provo (1965-1967), Woningburo de Kraker (1967-1969), aktiegroep De Lastige Amsterdammer (1966-1979), Aktiegroep Nieuwmarkt (1970-1976), het 'underground' blad OM en andere losse samenwerkingsverbanden. Hoofdkwartier was gevestigd in het pand Keizersstraat 2A waar de eigen kleine drukpers stond die bediend werd door Rob Stolk en Lou van Nimwegen, beiden nauw betrokken bij de eerdere Provobeweging. Die drukpers was enkele jaren daarvoor gekocht van geld dat de Universieits Bibliotheek Amsterdam betaalde voor de overname van het archief van de Provobeweging (13.000 gulden iets wat sommigen een fabelachtig bedrag voor zo'n verwerpelijke beweging vonden). Dat bedrag was ondergebracht in de Stichting voor een Goed en Goedkoop Leven die het geld deels geinvesteerd had in een drukpers, dit vanuit de wetenschap dat 'vrijheid van drukpers' enkel bestaat voor hen die er een hebben.
De kraakbeweging die sinds de winter van 1967 in zijn moderne georganiseerde vorm, met lijsten van leegstaande panden en een juridische en praktische handleiding om zulke leegstaande ruimtes te bezetten, was eerst actief in de Amsterdamse Dapperbuurt en concentreerde zich vervolgens in de met sloop bedreige Nieuwmarktbuurt waar vele onklaar gemaakte woningen stonden. Aangezien een groot deel van deze buurt zou moeten wijken voor de aanleg van een ondergrondse metro (die de net gebouwde slaapwijk Bijlmermeer moest verbinden met de binnenstad) en boven op die metro weer een snelweg geflankeerd door kantoren gepland was, kwam een complex van maatschappelijke problemen in het vizier bij de aktievoerders die in de Nieuwmarktbuurt voor zichzelf een woning of werkruimte veroverd hadden: stedebouwkundige functiescheiding in wonen, werken, verkeer en receƫren; schaalvergroting; onroerendgoed speculatie; verkeerslawaai en luchtverontreiniging; teloorgang van landelijke gebieden en versjieking van historische volksbuurten. |
Deze thema's, die aanvakelijk enkel op buurtniveau aandacht kregen in actiebladen als Geillustreerd Bethaniennieuws, Lastage en Nieuwsmarkt, werden met de oprichting van het Amsterdams Weekblad verbreed en naar het grootstedelijk niveau gebracht. Directe actie werd gecombineerd met onderzoek en eigen weergave van het gebeurde. Schrijven, tekenen, fotograferen, de opmaak, het drukken, het gezamenlijk vergaren van de losse pagina's, alsook het verzenden van de abonnementen en de distributie van het blad naar boekhandels en het toen nog bestaande dichte netwerk van lokale 'sigarenboeren', dat alles was een colectief gebeuren. De intentie was meer activistisch dan literair, de benadering van onderwerpen en schrijfstijl nauwelijks intellectualistisch, eerder populistisch. Woon- en werkomstandigheden van kleine lieden vormden de hoofdmoot met reportages over de stress van tram- en busbestuurders, manipulatie van arbeiders in een autofabriek, slechte huisvesting van gastarbeiders, triestheid van wat 'kinderspeelplaatsen' genoemd werden ... Ook eigen ervaringen in tijdelijke baantjes van de medewerkenden aan het Amsterdams Weekblad werden omgevormd tot reportages en onthullingen, zoals uitzendburoos = uitzuigburoos; opjagen van kantinepersoneel bij de RAI.
Begin zeventiger jaren was ook de periode in de gemeentelijke politiek waar burgers niet langer braaf al de beslissingen van bovenaf slikten, een periode waar naarstig gezocht wordt naar beteugeling van deze onvrede die zich vaak in burgerlijke ongehoorzaamheid en directe actie uit. Het instituut 'ombudsman' wordt uit Zweden overgenomen (met gemeenteambtenaar Jo Boetje als eerste exponent van dit nieuwe beroep) en het toverwoord 'inspraak' is tijdens de vele bijeenkomsten waar zwetende bestuurders zich moeten verantwoorden niet meer dan een eufemisme: er wordt geschreeuwd, men 'pikt het niet langer'.
Deze trend ook vult in het anderhalfjarige bestaan van het Amsterdamse Weekblad vele bladzijden, waarbij er een nieuwe vorm van participerende verslaggeving ontstaat die betrokkenen bewoners vaak tot steun dient, of het nu boze volkstuinders, roerige Betondorpers in Watergraafsmeer die zich ingesloten zien door verkeersklaverbladen, of strijders tegen de overwoekering door universiteitsbouw op het Roeterseiland zijn. De enkele pagina's die hierna volgen tonen aan dat oproepen en initiatieven door dit blaadje, dat in een oplage van zo'n duizend exemplaren verscheen, toch verstrekkende en langdurige gevolgen konden hebben.
Tjebbe van Tijen 10/1/2009 |